Cursusbank logo Cursussen Burgerlijk Procesrecht

unique selling pointBehaalde NOvA PO-punten altijd inzichtelijk

unique selling pointMeer dan 99% tevreden klanten

unique selling pointHet grootste juridische cursusaanbod

Uw zoekopdracht

Van:
Tot:

Verwijder zoekopdracht

Extra zoekfilters

Kennisgebieden

Meer

Type cursus

Beroep

Punten

tot

Prijs

tot

Cursusaanbieders

Meer

Sprekers

Meer

Materieel en formeel privaatrecht

In het burgerlijk procesrecht wordt met name gebruik gemaakt van procedureregels en vormvoorschriften. Daarnaast zijn er ook regels van toepassing die een materiële aard hebben, hierbij kan men denken aan bevoegdheden van rechters en procespartijen. De burgerlijke rechtspleging ligt dan ook in handen van de Staat, ofwel de rechterlijke macht. Een onderdeel van het burgerlijk procesrecht is het executie- en beslagrecht welke dan ook wordt uitgevoerd door ambtenaren. Regels die onderdeel zijn van het burgerlijk procesrecht zijn onder andere:

  • Bevoegdheden van de rechterlijke macht
  • Bevoegdheden van procespartijen, waaronder advocaten en deurwaarders
  • De manier van procederen
  • Bewijzen en bewijslast
  • Vonnissen, beschikkingen en rechtsmiddelen tegen rechterlijke beslissingen
  • Arbitrage
  • Tenuitvoerlegging van vonnissen en executoriale titels 

Wetgeving, verdragen en EG vorderingen

Zoals eerder beschreven ligt het burgerlijk procesrecht vast in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RV), deze bestaat uit vier boeken. Naast dit wetboek zijn er meer wetten die van toepassing kunnen zijn op het burgerlijk procesrecht. Hier valt te denken aan Wet op de rechterlijke organisatie (RO), BW, WvKoophandel, Fw. In deze wetten zijn ook procesrechtelijke regels opgenomen. Naast deze wetten zijn er diverse verdragen zoals het EEG Bevoegdheids- en Executieverdrag (EEX) die van invloed kunnen zijn op procedures binnen het burgerlijk procesrecht.

Vijf fundamentele hoofdbeginselen van het burgerlijk procesrecht

In art. 6 van het EVRM zijn vijf verschillende hoofdbeginsels beschreven die van grote invloed zijn op het burgerlijk procesrecht. Hieronder beschrijven we deze hoofdbeginselen:

  • Hoor en wederhoor

Als tegen een bepaald iemand een rechtsverordening wordt ingesteld dan heeft deze persoon in Nederland het recht om zichzelf te verdedigen. De eiser heeft dan weer het recht om zich tegen de verdediging te verweren. Hierin wordt geen onderscheidt gemaakt in de mate van verdedigen. Met andere woorden heeft eenieder het recht in gelijke mate, dit is ook vastgelegd in Rv 19, art. 82 – 92 en 131 – 135. In Nederland geldt dat er uitgegaan kan worden van het gelijkheidsbeginsel, welke is vastgelegd in Gw art. 1 en Rv art. 19. Hierin staat dat een partij ten alle tijden de gelegenheid dient te krijgen om zich te verdedigen of verantwoorden op verklaringen of stukken die zijn afgelegd door de tegenpartij. In het burgerlijk procesrecht is dit het belangrijkste beginsel.

  • Onpartijdigheid rechter

Om een eerlijk verloop van het proces is het van belang dat een rechter niet bevooroordeeld, vooringenomen is of beïnvloed. Mocht er onduidelijkheid zijn over onpartijdigheid kan dit leiden tot wraking of verschoning, zie hiervoor art. 36 – 41 Rv. Ook als de schijn er is dat een rechter partijdig is zal vermeden dienen te worden. Daarnaast dient een rechter geen banden te hebben met degene die hem benoemd of met een van de partijen of derden. Kortom de rechter dient volledig onafhankelijk te zijn, zie ook art. 6 ERVM.

  • Openbaarheid rechtspraak

In het burgerlijk procesrecht dienen processen in het openbaar te gebeuren. Dit zorgt ervoor dat er (meer) garantie is voor onpartijdigheid en heeft dan ook een preventieve werking. Enkele uitzonderingen op deze openbaarheid zijn: Als de veiligheid van de staat in het geding is – belang van goede zeden – als de openbaarheid ertoe kan leiden dat goede rechtspraak in het geding komt en hierdoor ernstig zou kunnen schaden – als de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer in het geding komt. In het familierecht is er een uitzondering gemaakt welke is vastgelegd in de wet (803, 818 Rv). Op basis hiervan kan een rechter bepalen op grond van art. 4 RO dat een zitting niet in het openbaar zal geschieden. Het proces zal dan plaatsvinden in de raadkamer welke niet openbaar is.

  • Motivering van de beslissing

Een vonnis moet de motiveringsgronden bevatten op straffe van nietigheid. Dit beginsel staat beschreven in art. 121 GW 30 Rv en 5 RO. Een vonnis dient de gronden te vermelden waarop het is berust. Dit principe hangt nauw samen met het beginsel van openbaarheid. Door dit beginsel is de uitspraak van de rechter kenbaar en haar gedachtegang, daardoor kan een partij overwegen om zich neer te legen bij de uitspraak of om middels een rechtsmiddel in verweer te gaan. De motivering van de uitspraak is tevens een waarborging en toetsingsmogelijkheid of het gaat om een deugdelijke rechtspraak. Een uitspraak of vonnis is in eerste instantie bindend voor de partijen, maar het zorgt ook voor een bijdrage en ontwikkeling van de rechtsspraak. Enkele uitzonderingen waarbij een uitspraak niet gemotiveerd hoeft te worden zijn: Een verstekvonnis zoals omschreven in art. 230 2e lid Rv hoeft niet gemotiveerd te worden – Mits toegekend hoeft verlof tot conservatoir niet gemotiveerd te worden – In art. 81 RO staat ook een uitzondering beschreven. In sommige gevallen kan de Hoge Raad bij cassatie, als deze niet gericht is op rechtspraken, zich bedienen van een standaardformule. Hierdoor kan de klacht die is ingediend niet leiden tot cassatie.

  • Autonomie van partijen

Als er een geschil is tussen partijen, bepalen de partijen zelf of dit zal leiden tot een procedure en in welke omvang. Hier staat tegenover de lijdelijkheid van een rechter. Dit houdt in dat een rechter geen uitspraken mag doen over zaken die niet zijn gevraagd en mag dan ook geen feiten zelf toevoegen. Als bepaalde zaken niet meegenomen zijn in het proces, dient de rechter niet betwiste feiten aan te nemen voor waarheid. Dit heeft ook tot gevolg dat bepaalde rechtsregels niet toegepast kunnen worden. De rechter wordt in deze beperkt. Hoewel deze beperking ook omgezet kan worden door bevoegdheden van een rechter. Zo kan een rechter vragen naar bewijs en voorkomen dat er onnodige vertraging opgelopen wordt. Dit staat omschreven in art. 20 e.v. Rv. 

Naast de vijf fundamentele hoofdbeginsels van het burgerlijk procesrecht zijn er nog enkele andere beginselen, te denken valt aan:

  • Onderzoek en beslissing in twee instanties

Als een partij het niet eens is met de uitspraak van de rechter, bestaat in de meeste gevallen de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan. Als het om gering belang gaat, gaat dit vaak niet op. In het hoger beroep wordt er een hogere rechter toegewezen aan het proces. De hogere rechter kijkt alleen naar de feiten die van toepassing zijn op het proces.

  • Cassatie als toezicht op de rechtspraak

Als het hoger beroep komt voor de Hoge Raad wordt er gekeken door de Hoge Raad of het recht op de juiste manier is toegepast. Belangrijk verschil met het voorgenoemde beroep is dat de feiten niet worden onderzocht. Cassatie in Nederland is alleen mogelijk middels een cassatieberoep door een van de partijen of als het in het beland is van de wet, welke is ingesteld door de procureur generaal bij de HR. 3.

  • Verplichte procesvertegenwoordiging

In de meeste burgerlijk procesrechten mag een partij zich niet zelf vertegenwoordigen, behalve bij gerechten voor het Kanton. Een partij dient bijgestaan te worden tijdens het proces door een advocaat. Als het proces wordt voorgelegd aan de Hoge Raad zal de partij vertegenwoordigd dienen te worden voor een advocaat van de Hoge Raad. Een partij of persoon kan eventueel wel een verklaring afleggen voor de rechter. Bij een kort geding kan de gedaagde ook in persoon procederen. 

Burgerlijk Procesrecht

Het burgerlijk procesrecht is een onderdeel van het privaatrecht. Als er een geschil ontstaat in het burgerlijk recht wordt dit afgedaan met behulp van het burgerlijk procesrecht ofwel formeel privaatrecht genoemd. In het Wetboek van Burgerlijk Rechtsvordering zijn de regels vastgelegd voor procedures tussen partijen voor de civiele rechter. In deze procedures vindt zowel feitenvinding als rechtsvinding plaats.

156 resultaten

Sorteer op:

Deze cursus ‘Voorlopige voorziening in handelszaken: kort geding en art. 223 RV’ gaat nader in op diverse algemene en bijzondere processuele aspecten van het civiele kort geding. Van vele termen en begrippen zullen aan de hand van sprekende...
punt

NOvA PO: 4 punten

tijdsduur

1 dag

lokatie

Amsterdam

395,-

Sep

26
"De blunders"Drie raadsheren en een rechter zullen de meest voorkomende fouten van de advocaten tijdens een procedure en hoe ze voorkomen kunnen worden met u behandelen. Onderwerpen Mr. de Bie, zal de blunders bij de verzoekschriftprocedure...
punt

NOvA PO: 6 punten

tijdsduur

1 dag

lokatie

Waardenburg

425,-

Das Zentrum für postakademischen Unterricht (CPO) der Radboud Universität Nimwegen, Niederlande, organisiert Fortbildungsveranstaltungen in Zusammenarbeit mit dem niederländischen Ortsverein des Deutschen Anwaltvereins, dem DAV...
punt

NOvA PO: 4 punten

tijdsduur

1 dag

lokatie

Nijmegen

450,-

Op 1 september 2017 is het verplicht digitaal procederen van start gegaan. De gevolgen van KEI voor uw dagelijkse procespraktijk zijn groot. Bent u al op de hoogte van de veranderingen? Voor wie is na invoering van de nieuwe wetgeving digitaal...
punt

NOvA PO: 4 punten

punt

KBvG: 4 punten

tijdsduur

1 dag

lokatie

Gilze

280,-

Beslag- en executierecht is lastige materie. De meesten, zowel juristen als niet-juristen, denken te weten wat wel en wat niet kan en hoe een beslagproces moet lopen, maar schijn bedriegt. Niet alles is zomaar geoorloofd en mag in werking worden...
punt

NOvA PO: 6 punten

tijdsduur

1 dag

lokatie

Breukelen

795,-

SamenvattingAls jurist binnen de huur- en vastgoedsector heb je al de nodige kennis en ervaring op het gebied van het huurrecht opgedaan. Wil je jezelf nog verder verbreden en verdiepen in het huurrecht? Dan sluit onze gespecialiseerde huurrechtopleiding...
tijdsduur

7 dagen

lokatie

Utrecht

2.950,-

De zaak van uw cliënt of uw bedrijf staat of valt met bewijs. Een grondige kennis van het bewijsrecht kan het verschil betekenen tussen winnen of verliezen. Wie heeft de bewijslast? Hoe te bewerkstelligen dat de bewijslast op de wederpartij...
punt

NOvA PO: 6 punten

tijdsduur

1 dag

lokatie

Amsterdam

515,-

Aspecten die aan de orde komen tijdens de themadag: De juridische context met betrekking tot getuigenbewijs en het horen van getuigen De totstandkoming van getuigenverklaringen: hoe heeft de getuige kunnen waarnemen, hoe...
punt

NOvA PO: 5 punten

tijdsduur

1 dag

lokatie

Veenendaal

395,-

De rechtspraak in Nederland moet aansluiten bij de digitalisering van de samenleving. Procedures moeten sneller en eenvoudiger kunnen worden uitgevoerd. Digitalisering en vereenvoudiging van de rechtspraak zijn het doel van het programma Kwaliteit...
tijdsduur

1 dag

lokatie

Rotterdam

225,-

Op 1 september 2017 is het verplicht digitaal procederen van start gegaan. De gevolgen van KEI voor uw dagelijkse procespraktijk zijn groot. Bent u al op de hoogte van de veranderingen? Voor wie is na invoering van de nieuwe wetgeving digitaal...
punt

NOvA PO: 4 punten

punt

KBvG: 4 punten

tijdsduur

1 dag

lokatie

Breukelen

280,-

pijlStart