Cursusbank logo Actualiteiten Executie- en beslagrecht

unique selling pointBehaalde NOvA PO-punten altijd inzichtelijk

unique selling pointMeer dan 99% tevreden klanten

unique selling pointHet grootste juridische cursusaanbod

Cursusinformatie

puntNOvA PO:
6
duratie1 dag
Amsterdam
595,-

NOV 2021

10

Actualiteiten Executie- en beslagrecht

Dit is een oude cursus. U kunt zich niet meer aanmelden voor deze cursus

Op 1 oktober 2020 is het eerste gedeelte in werking getreden van de Wet van 3 juni 2020 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Faillissementswet in verband met de herziening van het beslag- en executierecht (Stb. 177). Op 1 januari en 1 april 2021 volgden de andere delen. Nu zijn de beslagvrije zaken van art. 447 en 448 Rv aangepast aan de eisen van de tijd en is ook een beslagvrije voet bij bankrekeningen ingevoerd. Ook is het in principe niet toegestaan roerende zaken in beslag te nemen indien redelijkerwijs voorzienbaar is dat de opbrengst die gerealiseerd kan worden door het verhaal op die zaken minder bedraagt dan de kosten van de beslaglegging en de daaruit voortvloeiende executie. Maar wat betekent dit voor de rechtspraktijk? Betekent dit een breuk met het verleden? Beschikt de schuldeiser nog wel over verhaalsmogelijkheden? Gelukkig brengt de wetswijziging ook de mogelijkheid van verkoop van roerende zaken via internet.

Maar ook op andere terreinen zijn ontwikkelingen te zien. Aandacht wordt besteed aan recente literatuur, waaronder de proefschriften van C.A. Oudshoorn (bankbeslag op geldvorderingen) en G.J.P. Molkenboer (aansprakelijkheid na ten onrechte gelegd conservatoir beslag).
Met enige regelmaat wijst de Hoge Raad belangrijke arresten op het gebied van het executie- en beslagrecht. Op 13 september 2013 (Molenbeek Invest/Begeer) sprak de Hoge Raad uit dat de mogelijkheid om bewijsbeslag te leggen niet is beperkt tot het intellectuele eigendomsrecht. Met HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1775 (Organik/Dow Chemical) is een vervolgstap gezet. Inmiddels is er een wetsvoorstel tot herziening van het bewijsrecht waarin het bewijsbeslag een plaats krijgt. Ook is daarin een plaats ingeruimd voor het proces-verbaal van constatering.

In zijn arrest van 20 december 2019 (ECLI:NL:HR:2019:2026, Hotel-restaurant De Zeester) is de Hoge Raad gedeeltelijk teruggekomen van zijn rechtspraak zoals ingezet met het arrest Ritzen/Hoekstra van 22 april 1983 (NJ 1984/145), waarin voor een executiegeschil in kort geding als maatstaf misbruik van bevoegdheid was voorgeschreven (art. 3:13 BW). De Hoge Raad heeft beslist dat, indien in kort geding schorsing van de tenuitvoerlegging wordt gevorderd van een uitspraak waartegen een rechtsmiddel is ingesteld of nog openstaat, de vordering aan de hand van dezelfde maatstaf moet worden beoordeeld als een vordering of verzoek tot schorsing als bedoeld in art. 351 en 360 lid 2 Rv. Een vraag die nog niet eenduidig beantwoord wordt is hoever de schuldenaarsverplichting reikt om inkomensbronnen op te geven (vgl. art. 475g Rv). En is die verplichting beperkt tot de Nederlandse bezittingen of moeten ook buitenlandse inkomsten en vermogensbestanddelen worden genoemd? 

HR 13 november 2020, HR:2020:1783; NJ 2020/427 betreft de vraag of aan een veroordeling tot naleving van voorwaarden, gesteld aan gebruik noodweg, een dwangsom kan worden verbonden als deze voorwaarden moeten worden nageleefd door huurders of gebruikers van ingesloten erf. En in HR 23 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:640 wordt de vraag beantwoord of bij een derdenbeslag onder een vennootschap onder firma na de beslaglegging gedane privé-opnames van vennoot onder het beslag vallen.

DOCENT(EN)

 

Prof. mr. A.W.  Jongbloed);
Prof. mr. A.W. Jongbloed
  • Doceert op het gebied van het Burgerlijk procesrecht, het Huurrecht en het Executie- en beslagrecht
  • Gastdocent in het buitenland
  • Annotator en auteur
  • Raadsheer-plaatsvervanger te Amsterdam en Leeuwarden
  • Redacteur tijdschrift Huurrecht Bedrijfsruimte
  • Hoofdredacteur Tijdschrift voor de Procespraktijk (TvPP)

 

DOELGROEP EN NIVEAU

De doelgroep is advocaten en bedrijfsjuristen. Cursisten moeten basiskennis hebben van het Beslag- en executierecht om de cursus met succes te kunnen volgen.

Niveau is verdieping.


Programma

Woensdag 10 november 2021, 9:30 uur tot 16:45 uur
09.00 - 09.30 Ontvangst
09.30 - 11.00 Executoriale titels
Misbruik van executiebevoegdheid
Reikwijdte van beslag
11.00 - 11.15 Pauze
11.15 - 12.45 Tenuitvoerlegging m.b.t. onroerende zaken
Beslagregister
Verhaal van geldvorderingen (Derdenbeslag; Europees bankbeslag)
12.45 - 13.30 Lunch
13.30 - 15.00 Problematische schulden (o.a. aanpassing art. 447 en 448 Rv alsmede beslagvrije voet bij bankrekeningen)
Specifieke beslagen (o.a. bewijsbeslag)
15.00 - 15.15 Pauze
15.15 - 16.45 Indirecte executiemiddelen lijfsdwang en dwangsom
16.45 Afsluiting

Docent(en)

prof. mr. A.W. Jongbloed
hoogleraar Executie- en Beslagrecht Universiteit Utrecht, raadsheer-plaatsvervanger Hof Arnhem-Leeuwarden, raadsheer-plaatsvervanger Hof Amsterdam


Details

Cursusaanbieder
Instituut voor Juridische Opleidingen
Cursustitel
Actualiteiten Executie- en beslagrecht
Type cursus
Klassikaal
Niveau
Verdieping
NOvA PO
6 punt(en)
Adres

Mercure Hotel Amsterdam West

Oude Haagseweg 20

1066 BW Amsterdam

Datum
Woensdag 10 november 2021
Prijs
€ 595,00
Cursusdagen
10-11-2021, 09:30 - 16:45